Zoek
Lettergrootte: normaal Lettergrootte: groter Lettergrootte: grootst    Hoge contrast uitvoering
 
Geschiedenis havenregio

Tot ongeveer 1950 stonden de havens in het Noordzeekanaalgebied nog grotendeels op zichzelf. Vanaf dat moment spreken we van een havenregio in het Noordzeekanaalgebied. Maar de havens hadden elk al hun eigen geschiedenis.

Velsen en IJmuiden

De ontwikkeling van de havens in Velsen en IJmuiden begon met het gereedkomen van het Noordzeekanaal in 1877. De schepen op doorreis naar Amsterdam brachten werk in de omgeving van de sluis. Er vestigden zich allerlei scheepvaartgerelateerde ondernemingen. Ook de industrie kwam op dreef door de vestiging van een papierfabriek aan het eind van de negentiende eeuw en een staalfabriek na de Eerste Wereldoorlog.

 

Beverwijk

Beverwijk kende al in de achttiende eeuw een haven. Dat was voornamelijk een binnenhaven. Een smal kanaal, de Pijp, vormde de verbinding met het Wijkermeer van waaraf schepen via het Imeer de Zuiderzee konden bereiken. Toen de Pijp werd verbonden met Noordzeekanaal kwam de ontwikkeling van de haven pas goed op gang. Vooral in de periode tussen de twee wereldoorlogen nam de haven in betekenis toe. Beverwijk is vooral belangrijk voor de export van agrarische producten.

 

Zaanstad

De haven van Zaanstad werd gebruikt door de kleine zoetwatervisserij en de binnenvaart. De Zaanstreek kende ook al een bloeiende nijverheid. De Zaanse economie kreeg een stevige stimulans door het het Noordzeekanaal. Eind negentiende eeuw en begin twintigste eeuw meerden al regelmatig stoomschepen af in Zaanstad voor het lossen van onder meer hout, rijst en oliezaden voor de houtzagerijen en de voedingsmiddelenindustrie. De aanvoer van hout nam een grote vlucht, vooral uit Scandinavië, Rusland en Finland. Stoomschepen meerden af aan een eiland in de Voorzaan, waar zich houthandel William Pont had gevestigd (nu PontEecen). In 1911 werd in Zaanstad een nieuwe haven geopend.

Geraadpleegde literatuur: Joris Moes: Noordzeekanaal 1876-2001, Amports, 2000